Een gelukkig katholiek gezin, die eigenaar zijn van het “Middenstandsverbond”, een winstgevend coöperatief aankoop- en kredietbedrijf met bijbehorende bank en ledenblad, de basis voor het familievermogen, komt in de problemen. Er is een goede familieband tussen alle familieleden, buiten met Erwin, hij blijkt zich aangesloten te hebben bij de reactionaire religieuze genootschap Deo Nostro, een uitwas van Opus Dei. Hij sleept ook zijn tweelingszus, Inès, met zich mee die enorm gehecht was aan hem. Erwin was altijd de beste in school en de beste in de sportclub, kortom hij was overal goed in, maar vooral hij wou overal de beste in zijn. Één van de vereisten van leden van Deo Nostro was dat ze nieuwe leden binnenbrachten, dit deden ze op verschillende manieren, ze richtte sportclubs, jeugdbewegingen op en geleidelijk zorgde ze ervoor dat de kinderen in God gingen geloven, want dat was wat Deo Nostro wou, zorgen dat de mensen terug voor God leven, zorgen dat hun leven hier een leven was ter voorbereiding van dat in de hemel. Ze drongen zich ook binnen in scholen om zo nog grotere groepen kinderen te kunnen bereiken. De financiering van Deo Nostro gebeurde door leden die hoge functies hadden en een deel van hun loon aan de genootschap afstonden. Erwin wou niet alleen nieuwe leden aan de genootschap schenken maar wou ook het Middenstandsverbond veroveren. Op het thuisfrond was iedereen steeds meer tegen hem gekand en Tom, het personage vanuit welke we alles beleven, begint steeds harder uit te halen naar Deo Nostro en Opus Dei in het ledenblad, dat maandelijks in een oplagen van honderdduizend gedrukt werd. Steeds meer bedreigingen bereikten hun van de kant van Deo Nostro en steeds werden de bedreigingen uitgevoerd, ze vreesden niets, niemand stond hen in de weg. Ze zorgden ervoor dat Leopold, die leerkracht was en de plaats van directeur zou krijgen, deze niet kreeg. Julia, een verpleegster, verloor haar job door een schandaal dat openbaar werd gemaakt over haar minnaars, bij Cedric die samenwoonde met een Iraanse vrouw werden wekelijks de muren beklad met slogans, dreigbrieven kwamen steeds in een sneller tempo naar steeds meer mensen. Als ze ook nog probeerden aandelen te verwerven van het Middenstandsverbond om bij de volgende algemene vergadering te zorgen dat Ferdinand niet de plaats van algemeen voorzitter zou kunnen overnemen van zijn vader, deden ze er alles aan om zelf aandelen op te kopen. Ze probeerden zich rond het Middenstandsverbond te sluiten als de armen van een Octopus, hieruit valt meteen de titel af te leiden en dit is een zeer bijzonder gegeven want de titel geeft perfect weer hoe zowel Opus Dei als Deo Nostro in elkaar zitten, hoe ze te werk gaan. Ze wonnen de stemming met 64%. Ferdinand werd dus toch algemeen voorzitter van het middenstandsverbond. Maar was deze overwinning wel het einde? Of was dit nog maar het begin?
Na al meerdere boeken van Aster Berkhof te hebben gelezen waaronder Veel geluk Professor, een boek dat door vtm tot een mini-serie verfilmd is geworden en paavo de lap, het aangrijpende verhaal dat zich afspeeld in het gure Lapland waar skiën de belangrijkste sport is en de wedstijden daarvan dan ook door velen worden gevolgd. De winnaar van elke wedstrijd is echter altijd diegene die er de meeste krachten toe heeft, maar krachten schuilen niet alleen in de spieren. Romantiek en humor ten top was het kenmerk van de twee hiervoorgenoemde boeken van Aster Berkhof en dit was ook wat ik van dit boek verwachtte, met deze gedachte in dit boek van hem beginnen te lezen is echter de verkeerde strategie en zorgt er onmiddelijk voor dat de teleurstellingen zich opstapelen. Romantiek valt in de verste verte niet te bespeuren, de humor -als die al aanwezig mocht zijn- is mij totaal ontgaan. Als er in het boek onderzoek wordt verricht wordt er niet gesproken over de manier hoe ze aan de informatie komen over Deo Nostro of Opus Dei, de feiten die ze door hun onderzoek kunnen achterhalen wordt ons in ellenlange opsommingen voorgeschoteld en vormen zo een veel te zwaar op de maag liggend gerecht, dat veel zuchten ontlokt, wat niet alleen aan de lezer maar ook aan de omstaanders meteen een zeer slechte indruk achterlaat. Wat het boek ook achter wegen laat is het uurstelsel, minuten, uren, dagen, weken, maanden, jaren, eeuwen, ze zijn geschapen om ons te kunnen orienteren, in dit boek wordt echter deze oriëntatie volledig over boord gegooit en kunnen we enkel nog een houvast vinden aan de ellenlange opsommingen en saaie conversaties, want dit zijn de twee enige constructies waaruit het boek is opgebouwd. Het enige deel in het boek dat niet uit ruzies over of met Deo Nostro is opgebouwd is het eerste hoofdstuk. Hierin wordt dan ook de stamboom van de familie Van Marcke uitvoerig toegelicht en dit is toch wel een noodzakelijk gegeven als we praten over een gezin met 8 kinderen, de meeste karaktertrekken worden hier al voor ons blootgelegd en zo valt er ook gedurende het boek niets nieuws meer te ontdekken in hun karakter.
Vallen er dan nog redenen op te sommen om het boek te lezen? Jazeker, het boek geeft ons een zeer mooi en duidelijk beeld van het wat, wie, waarom, waarmee, waar, wanneer van geheime genootschappen zoals Opus Dei of het hier fictief voorgestelde Deo Nostro. Met andere woorden op elke W uit de 7 W’s (Waarom, Wie, Wat, Waar, Wanneer, Waarmee, Wijze) geeft dit boek een zeer duidelijk en perfect geformuleerd antwoord, wat het boek tot een perfecte informatiebron over dit onderwerp maakt. Het boek zal vooral diegene die zich in de kerk en genootschappen interesseren boeien, wat toch wel de laatste tijd een zeer besproken onderwerp is geweest, denken we hierbij aan boeken zoals De Da Vinci Code, Het Magdalena Mysterie,… . Dit boek legt zich echter grotendeels toe op het verklaren, van oa het ontstaan, van genootschappen. Terwijl andere boeken zich meer toeleggen op hun geheimen. Dit is de rede waarom het boek geen thriller is geworden en de spanning in het boek te verwaarlozen valt, het ontstaan van genootschappen gebeurt dan ook meestal in stilte, terwijl men geheimen met grote middelen wil behouden.
