Cel 5, dat in het leven geroepen is om de ‘vergeten kinderdossiers’ onder het stof vandaan te halen, wordt erbij geroepen als men in de verongelukte wagen van Jozef Michiels het half verkoolde lichaam van een meisje vindt. Ze hebben geen enkel spoor tot er wordt ingebroken in de woning van Michiels. Als er nog een 2de meisje opduikt, dit keer gelukkig nog levend, begint de race tegen de tijd. De moeder van dit meisje wordt vermoord nog voor de politie haar kan bereiken maar gelukkig wordt de moordenaar geïdentificeerd en kunnen ze hem beginnen schaduwen op zoek naar medeplichtigen. Na genoeg schaduwwerk loopt het echter mis bij een inval. Één verdachte kan worden ingerekend, één laat het leven in een vuurgevecht en nog een andere kan ontsnappen, maar dat is niet het enige wat misloopt, iemand uit het team raakt zwaar verbrand tijdens deze operatie. Als bij een 2de poging de 3de verdachte toch kan worden ingerekend heeft deze nog 1 wens voor hij alles wat hij weet vertelt, zijn verhaal in de krant, De Decker die de leiding heeft over het team stemt hiermee in op zijn eigen verantwoordelijkheid, hij hoopt zo nog medeplichtigen voor deze gruwelijke daden op te kunnen pakken.
De hiervoor gegeven beschrijving wordt ons, welliswaar iets uitgebreider, op de eerste 4 pagina’s van het boek medegedeelt. We worden dus als het ware in het midden van een verhaal neergepoot, dit zorgt ervoor dat die eerste pagina’s een opsomming vormen van wat voorafging en dat we met deze informatie maar moeten zien om ons te oriënteren in het boek, wat een zeer moeilijke opgave blijkt. Dit komt door de vele personage’s maar ook door het feit dat die personage’s, doorheen het boek, afwisselend bij voor- en achternaam worden aangesproken. Ik heb dit boek, ondanks dat dit het 2de boek is dat Deflo over cel 5 schrijft, als eerste boek van hem gelezen. Dat zorgt er misschien voor dat de personage’s als “vreemden” overkomen, maar ook de verleden tijd, waarin het boek is geschreven, zal zeker tot deze afstand bijdragen. Ondanks dat het echte verhaal, dat begonnen is na de eerste 4 pagina’s noodzakelijke inleiding, iets meer beschrijvend is, blijft de tekst op mij overkomen als een opsomming van feiten. De enige afwisseling die hierin wordt gebracht zijn de aanhalingstekens met tekst die de personage’s zeggen maar ook deze zijn overvloedig aanwezig, zelfs in zo’n maten dat dit als storend wordt ervaren. Deze irritaties zorgen ervoor dat de spanning nooit hoog oploopt en de personage’s kunnen er, ondanks de ernst van de gruwel, niet voor zorgen dat we worden meegesleept in het verhaal. Een verhaal dat desondanks dit alles zeer doordacht is.
